Nieuwe mogelijkheden voor de uitbreng van onroerend goed uit vennootschap

Foto artikel nieuwe mogelijkheden voor de uitbreng van onroerend goed uit vennootschappen

Goed nieuws voor KMO-bedrijfsleiders of aandeelhouders die overwegen om onroerend goed uit hun vennootschap te halen: de registratierechten worden vervangen door een vast bedrag van €50. Opgepast: de vennootschapsbelasting, roerende voorheffing en andere fiscale verplichtingen blijven wel gelden. Een zorgvuldige afweging van alle financiële en fiscale gevolgen is dan ook nodig om uit te maken of het voor uw persoonlijke situatie aangewezen is om onroerend goed uit uw vennootschap over te dragen naar uw privévermogen. Enkel zo neemt u de juiste beslissing, binnen het ruimere kader van uw persoonlijk financieel plan.

Het oorspronkelijke standpunt van Vlabel

De Vlaamse Belastingdienst beschouwde voorheen een dividenduitkering in natura – waarbij een onroerend goed vanuit een vennootschap naar privé werd overgebracht – als een overdracht onder bezwarende titel: dit hield in dat deze overdracht onderworpen was aan registratierechten, wat neerkwam op 12% belasting (3% in het geval van een enige eigen woning en 1% bij energetische renovaties). Voor aandeelhouders betekende dat in de praktijk een aanzienlijke belastingdruk wanneer zij een onroerend goed wilden overbrengen van hun vennootschap naar privévermogen.

Wat is er veranderd?

Op 11 maart 2024 heeft de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) zijn standpunt hierover (nr. 19078) herzien. Vlabel kwalificeert een uitbreng van een onroerend goed uit een vennootschap sindsdien als een verkrijging krachtens een rechtsfeit: dit betekent dat de notariële akte die deze uitbreng vaststelt, slechts onderworpen is aan een vast bedrag van 50 euro, in plaats van de vroegere registratierechten van 12%.

Voorwaarden en beperkingen

De versoepeling van de belastingregels is goed nieuws voor veel aandeelhouders, maar er zijn enkele belangrijke voorwaarden aan gekoppeld:

  1. Het moet gaan om specifieke vennootschapsvormen, namelijk een BV, VOF, CommV of CV (en dus geen NV).
  2. De aandeelhouder moet een historische vennoot zijn. Dit betekent:
    • dat de aandeelhouder zelf het onroerend goed heeft ingebracht in de vennootschap of
    • dat hij aandeelhouder was op het moment dat de vennootschap het onroerend goed heeft verworven en destijds registratierechten heeft betaald.

Overdracht van een onroerend goed = meer dan alleen registratierechten

Hoewel het gewijzigde standpunt aanzienlijke belastingbesparingen over de registratiebelasting oplevert, zijn er nog andere fiscale aspecten om rekening mee te houden:

1.  Vennootschapsbelasting

Bij het overdragen van een actief zoals een onroerend goed, wordt mogelijk een meerwaarde gerealiseerd. Deze meerwaarde (= het verschil tussen de marktwaarde en de boekwaarde van het onroerend goed) zal belast worden in uw vennootschap aan het tarief van de vennootschapsbelasting. Dit kan dus een aanzienlijk bedrag zijn, afhankelijk van de waarde van het onroerend goed.

2.  Roerende voorheffing

Naast vennootschapsbelasting is ook roerende voorheffing verschuldigd. Het standaardtarief voor roerende voorheffing is 30%, hoewel dit onder bepaalde omstandigheden lager kan uitvallen.

3.  Beschikbare reserves 

De vennootschap moet bovendien over voldoende beschikbare reserves beschikken om een dividenduitkering in natura te kunnen doen. De netto-actief- en liquiditeitstesten zullen daarbij moeten worden uitgevoerd om te controleren of de vennootschap financieel gezond blijft na de uitkering.

Is een uitbreng dan wel interessant?

Hoewel de wijziging van Vlabel voordelig is voor de effectieve registratiebelasting, blijft een uitbreng van een onroerend goed uit een vennootschap naar privévermogen een dure aangelegenheid. Het is belangrijk om vooraf een grondige analyse te maken van de fiscale gevolgen en u niet blind te staren op enkel en alleen deze wijziging over de registratiebelasting. De uitbreng van onroerend goed uit een vennootschap naar privévermogen is pas aantrekkelijk als er voldoende beschikbare reserves zijn in de vennootschap en als de aandeelhouder (historische vennoot) écht een uitdrukkelijke wens heeft om nét dat specifiek onroerend goed naar zijn privévermogen over te brengen. 

Neem de juiste beslissing met kennis van zaken

Voor aandeelhouders die al langer overwegen om onroerend goed uit hun vennootschap te halen, opent dit standpunt nieuwe mogelijkheden. Het blijft echter een beslissing die u met de nodige expertise over persoonlijke financiële planning moet nemen. De financiële en fiscale experten van Strategica brengen uw totaalbeeld in kaart, want niet enkel fiscale redenen spelen een rol. Ook persoonlijke wensen en verwachtingen op korte, middellange en lange termijn kunnen doorslaggevend zijn. Contacteer ons voor meer informatie over onze unieke aanpak, ook voor KMO-bedrijfsleiders en vennootschappen. 
 

Auteur