De nieuwe meerwaardebelasting: opt-in of opt-out?
De nieuwe meerwaardebelasting
Met de Wet Meerwaardebelasting van 6 april 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 april, wordt een belasting van 10 % ingevoerd op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. De nieuwe regels gelden voor natuurlijke personen onderworpen aan de personenbelasting en bepaalde rechtspersonen. Vennootschappen die onder de vennootschapsbelasting vallen, ressorteren niet onder de nieuwe meerwaardebelasting.
Het toepassingsgebied is breed: financiële instrumenten (aandelen, fondsen, obligaties), bepaalde verzekeringscontracten, cryptoactiva, beleggingsgoud en valuta. Pensioensparen, groepsverzekeringen en gefiscaliseerde levensverzekeringen zijn uitdrukkelijk vrijgesteld, net als inkomsten die reeds op een andere grondslag belastbaar zijn.
Wat wordt precies belast en wat niet?
De wetgever heeft voorzien in een jaarlijkse vrijstelling van (geïndexeerd) € 10.000 per persoon, die onder bepaalde voorwaarden kan oplopen tot € 15.000. Deze vrijstelling wordt jaarlijks geïndexeerd.
Voor wie een aanmerkelijk belang aanhoudt, dit wil zeggen een participatie van minstens 20 % in een vennootschap of het uitoefenen van controle (al dan niet met familieleden), geldt een afzonderlijk regime. Daar wordt een progressieve schaal toegepast die loopt van 1,25 % tot 10 %, na een jaarlijkse vrijstelling van de eerste schijf van € 1 miljoen aan meerwaarden, berekend over een periode van vijf jaar.
De nieuwe meerwaardebelasting geldt uitsluitend voor meerwaarden gerealiseerd buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, in het kader van het normale beheer van een privévermogen. Wie kwalificeert als beroepsbelegger, valt onder een ander fiscaal regime.
De kern van de praktische keuze: opt-in of opt-out?
Financiële instellingen zijn verplicht om, vanaf 1 juni 2026, de meerwaardebelasting in te houden als inhoudingsplichtige. Maar beleggers krijgen de keuze: laten zij die inhouding aan de bron verlopen (opt-in), of kiezen zij ervoor de belasting zelf aan te geven via de personenbelasting (opt-out)?
Voor de keuze met betrekking tot de overgangsregeling voor de eerste vijf maanden (jan–mei 2026) is de deadline 31 augustus 2026. De keuze voor 31 augustus werkt terug met terugwerkende kracht. Voor de opt-out-keuze voor de periode vanaf 1 juni 2026 is er geen expliciete wettelijke deadline voor de communicatie aan de financiële instelling. De keuze vanaf 1 juni zal uitwerking hebben totdat zij wordt herroepen.
Opt-in: gemak heeft een prijs
Bij de opt-in berekent de bank automatisch de gerealiseerde meerwaarde op het moment van de transactie, houdt 10 % in en stort dit door aan de fiscus. Deze inhouding is in beginsel bevrijdend: de belegger hoeft nadien niets meer op te nemen in zijn aangifte personenbelasting, althans in theorie.
In de praktijk is dat voorbehoud bijzonder belangrijk. De financiële instelling houdt immers geen rekening met de jaarlijkse vrijstelling van € 10.000, noch met gerealiseerde minderwaarden. Wie die wil benutten of verrekenen, moet tóch een aangifte indienen om de te veel betaalde belasting terug te vorderen. En het kan tot circa twee jaar duren vooraleer de fiscus een teruggave verwerkt.
Voor de meerwaarden gerealiseerd in de eerste vijf maanden van het jaar (januari t.e.m. 31 mei 2026), vóór de verplichte inhouding van start gaat, geldt een overgangsregeling: beleggers zijn zelf verantwoordelijk voor de aangifte van gerealiseerde meerwaarden. Vanaf 1 juni 2026 houden de meeste financiële instellingen de belasting standaard automatisch in, tenzij u expliciet kiest voor de 'opt-out' regeling.
Opt-out: meer flexibiliteit, meer verantwoordelijkheid
Wie kiest voor opt-out, neemt zelf de verantwoordelijkheid op voor de aangifte en betaling van de belasting via de personenbelasting. Dit biedt echter reële voordelen. De belegger kan:
- de jaarlijkse vrijstelling van € 10.000 onmiddellijk toepassen, zonder te moeten wachten op een teruggave
- minderwaarden verrekenen met gerealiseerde meerwaarden
- genieten van een cashflowvoordeel, aangezien de belasting pas verschuldigd is bij de afrekening van de personenbelasting, gemiddeld anderhalf jaar later dan bij inhouding aan de bron
Twee bezwaren worden vaak tegen de opt-out aangevoerd. Het eerste is het verlies aan privacy: bij opt-out is de financiële instelling wettelijk verplicht om de identiteit van de belegger, zijn keuze en de totale gerealiseerde meerwaarden te melden aan de belastingadministratie. Bij een opt-in daarentegen wordt de belasting anoniem doorgestort aan de fiscus. Die anonimiteit moet echter worden gerelativeerd. De anonimiteit gaat verloren indien naderhand toch correcties gebeuren via de aangifte gebeuren. Bovendien heeft de fiscus onder voorwaarden toegang tot bepaalde gegevens van de rekeningen via het Centraal Aanspreekpunt bij de Nationale Bank.
Het tweede bezwaar is de administratieve complexiteit. Ook dat argument verliest aan kracht: banken zijn verplicht een jaarlijks overzicht te bezorgen van gerealiseerde meer- en minderwaarden. Het volstaat in de meeste gevallen om die gegevens correct over te nemen in de aangifte.
Bij gezamenlijke rekeningen vereist de opt-out wel unanimiteit van alle rekeninghouders. Bij gebrek aan eensgezindheid, wordt de belasting automatisch aan de bron ingehouden.
Opt-in of opt-out: welke keuze maakt u best?
Er bestaat geen universeel antwoord, de keuze hangt af van uw persoonlijke situatie.
Voor wie een eenvoudige portefeuille beheert, denk aan één of twee fondsen die langdurig worden aangehouden, zonder frequente transacties, kan de opt-in met administratieve eenvoud mogelijks een begrijpelijke keuze zijn.
Voor de actieve belegger met een gediversifieerde portefeuille, die regelmatig transacties uitvoert en zowel winsten als verliezen realiseert, biedt de opt-out structureel meer voordelen. De mogelijkheid om minderwaarden in hetzelfde jaar te verrekenen en de vrijstelling optimaal te benutten, levert een tastbaar fiscaal voordeel op.
Wie twijfelt, kan bijvoorbeeld kiezen voor opt-in in het eerste jaar en deze werkwijze nadien evalueren.
Betaal wat u verschuldigd bent, maar ook niet meer
Betaal wat u fiscaal verschuldigd bent, maar ook niet meer dan dat. Een zorgvuldige analyse van uw portefeuille, uw beleggingsgedrag en uw fiscale situatie is daarvoor de beste basis.
Aarzel niet om hierover advies in te winnen.
Auteur
Sven Hubrecht (LinkedIn) is advocaat en heeft meer dan 20 jaar ervaring op zak inzake familiale vermogensplanning.
Meerwaardebelasting?
5 vragen beantwoord voor uw financieel plan