Liquidatiereserves en VVPRbis: hogere roerende voorheffing
VVPRbis: verlaagd tarief stijgt van 15% naar 18%
Vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden een verlaagd tarief op roerende voorheffing toepassing bij dividenduitkeringen aan inbrengen in geld gedaan na 1 juli 2013.
Het verlaagd tarief van 15% stijgt naar 18% voor dividenduitkeringen uit de winstverdeling vanaf het derde boekjaar na dat van de inbreng. De wijziging van 15% naar 18% treedt in werking op de eerste dag van de maand na publicatie, zijnde 1 juli 2026.
Overzicht van de tarieven
Voor dividenden afkomstig uit een inbreng die voldoet aan de VVPRbis-voorwaarden gelden de volgende tarieven:
- 30% roerende voorheffing voor dividenden toegekend uit de winstverdeling van het 1ste boekjaar na dat van de inbreng en het boekjaar van de inbreng zelf
- 20% roerende voorheffing voor dividenden toegekend uit de winstverdeling van het 2de boekjaar na dat van de inbreng (uitdoofregime voor inbrengen tot en met 31/12/2025)
- 15 % roerende voorheffing voor dividenden toegekend uit de winstverdeling vanaf het 3de boekjaar na dat van de inbreng. Vanaf 1 juli 2026: 18% roerende voorheffing voor dividenden toegekend uit de winstverdeling vanaf het 3de boekjaar na dat van de inbreng
Liquidatiereserves: effectieve belastingdruk stijgt naar 18%
Kleine vennootschappen kunnen bij de resultaatbestemming opteren om een liquidatiereserve aan te leggen uit de boekhoudkundige winst van het boekjaar. De vennootschap betaald hiervoor een anticipatieve heffing van 10%.
De Programmawet verhoogt de effectieve belastingdruk op liquidatiereserves naar 18%. De wijzigingen aan de liquidatiereserve tarieven (behalve de anticipatieve heffing) zijn van toepassing op dividenden toegekend/betaalbaar gesteld vanaf de tiende dag na publicatie (1 juni 2026), zijnde 11 juni 2026.
Voor uitkeringen uit een liquidatiereserve aangelegd voor een boekjaar verbonden met aanslagjaar 2025 of vroeger (uiterste afsluitingsdatum op 30 december 2025) wijzigt er niets.
De volgende tarieven zijn van toepassing:
Liquidatiereserves aangelegd tot en met 30 december 2025
- 20% RV bij dividenduitkering vóór het verstrijken van de houdperiode van 3 jaar
- 6,5% RV bij dividenduitkering na meer dan 3 jaar, maar minder dan 5 jaar
- 5% bij dividenduitkering na meer dan 5 jaar
- Belastingvrij bij ontbinding
Liquidatiereserves aangelegd vanaf 31 december 2025
- 30%* RV bij dividenduitkering vóór het verstrijken van de houdperiode van 3 jaar
- 9,8% bij dividenduitkeringen na meer dan 3 jaar
- Belastingvrij bij ontbinding
*Er geldt één uitzondering. Voor dividenden afkomstig uit liquidatiereserves die precies op 31 december 2025 werden aangelegd en die vóór 11 juni 2026 werden toegekend of betaalbaar gesteld, blijft het tarief van 20% behouden.
Wanneer voelt u deze verhoging concreet?
Voor VVPRbis treedt de verhoging van de roerende voorheffing van 15% naar 18% al in werking vanaf 1 juli 2026. Dividenduitkeringen die vanaf dan onder het verlaagde tarief vallen, worden dus onmiddellijk getroffen door de nieuwe regeling.
Voor liquidatiereserves ligt dat anders. Hoewel de wet vandaag al gewijzigd is, zal de verhoging van de effectieve belastingdruk naar 18% in de praktijk pas voelbaar worden vanaf de eerste uitkeringen die vanaf 1 januari 2029 plaatsvinden uit liquidatiereserves die werden aangelegd in boekjaren eindigend op of na 31 december 2025.
Opgelet: inkorting van het boekjaar kan fiscaal misbruik zijn
Recente rechtspraak bevestigt dat een inkorting van het boekjaar met als doel een liquidatiereserve aan te leggen, kan worden beschouwd als fiscaal misbruik.
Dat is het geval wanneer de inkorting geen economische of bedrijfsmatige motieven heeft en uitsluitend wordt ingegeven door fiscale overwegingen.
De gevolgen kunnen aanzienlijk zijn.
De belasting op de aanlegde liquidatiereserve van het verkort boekjaar wordt geheven alsof deze constructie niet had plaatsgevonden, wat resulteert in een belastingdruk van 30 % op de uitgekeerde bedragen. Hierdoor kan de aangelegde liquidatiereserve niet genieten van het gunstregime van 0% bij vereffening.
Wat betekent dit voor uw planning?
VVPRbis en liquidatiereserves blijven interessante technieken om winsten fiscaal efficiënt uit een vennootschap uit te keren. De Programmawet verhoogt echter de belastingdruk en maakt een correcte planning nog belangrijker.
Heeft u liquidatiereserves opgebouwd of plant u toekomstige dividenduitkeringen? Dan kan het nuttig zijn om uw strategie opnieuw te evalueren in functie van de nieuwe tarieven en de timing van toekomstige uitkeringen.
Bent u klant bij Strategica? Dan volgen wij deze wijzigingen voor u op en bekijken we proactief of uw planning nog optimaal aansluit bij de nieuwe regelgeving.
Auteur
Amber behaalde een master handelswetenschappen finance en risicomanagement en een master handelswetenschappen fiscaliteit. Ze neemt als fiscaal adviseur het fiscale luik van de dossiers op zich.
Meer lezen?
Ontdek meer van onze nieuwsartikels omtrent vermogensplanning.
Blijf goed op de hoogte van de actualiteit over financiële planning. Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.
Neem deel aan onze infosessies
De Strategica-experten verwelkomen u graag op een gratis infosessie in uw buurt over de verschillende domeinen van financiële planning.
Niet gevonden wat u zocht?
Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek in om uw persoonlijke situatie te bespreken.