Wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten: rechtbank zet fiscus op zijn plaats
Wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten
Toch kijkt de fiscus al langer met argwaan naar deze aanpak. Volgens Vlabel hebben zulke schenkingen soms weinig “echte” betekenis, zeker wanneer beide partners elkaar ongeveer hetzelfde schenken.
Een recente uitspraak van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel van 9 oktober 2025 sprak zich uit over de techniek van de wederzijdse schenking toegepast in een concreet dossier.
Eerst even terug naar de basis: hoe werkt dit precies?
Stel: Marie en Jan zijn gehuwd met een scheiding van goederen. Dat betekent dat hun vermogens gescheiden blijven.
-
Marie heeft een effectenrekening van € 200.000
-
Jan heeft een effectenrekening van € 200.000
Ze beslissen om hun portefeuille wederzijds aan elkaar te schenken.
Waarom zouden ze dat doen?
Omdat dit juridisch en fiscaal interessante gevolgen kan hebben wanneer een van beiden overlijdt.
Als Jan eerst overlijdt, dan bezit Marie op dat moment in principe beide vermogens:
-
haar eigen vermogen
-
én het vermogen dat Jan haar eerder schonk
Daarnaast kan ook haar eigen eerdere schenking aan Jan terugkeren naar haar vermogen, als daar een goed uitgewerkt recht van terugkeer aan gekoppeld is.
Dat maakt deze techniek interessant in een successiecontext.
Hoe gebeurt zo’n schenking?
Dat kan op twee manieren:
-
via een bankgift
-
via een notariële akte
Dat verschil is belangrijk, want het heeft impact op de schenkbelasting. Zo moet een notariële akte verplicht worden geregistreerd zodat de heffing van schenkbelasting onvermijdelijk is. Bovendien zijn wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten in één akte (anders dan bij huwelijkscontract) verboden. Voor beide schenkingen zal dus schenkbelasting worden geheven.
Bij wederzijdse bankgiften wordt vaak gewerkt met één gezamenlijk document, een zogenaamde pacte adjoint, voor beide schenkingen. Als beide schenkingen daarin samen worden opgenomen en het document wordt geregistreerd, dan wordt fiscaal maar één schenking belast, namelijk degene met de hoogste heffing.
Dat maakt de techniek extra aantrekkelijk.
Waarom ligt dit onder vuur?
Vlabel is al langer kritisch voor wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten, zeker wanneer het gaat om gelijkaardige bedragen of identieke goederen.
Hun redenering is eenvoudig: als beide partners elkaar hetzelfde schenken, verandert er economisch eigenlijk niets. En als er niets verandert, stelt Vlabel dat er geen schenking is maar een ruil.
Soms oordeelt de fiscus ook dat er sprake is van fiscaal misbruik.
Veel juristen en fiscalisten zijn het daar niet mee eens. Volgens hen blijft het wel degelijk een schenking, zolang elke verrichting op zich aan de wettelijke voorwaarden voldoet.
Wat speelde er in de Brusselse zaak?
In de zaak waarover de rechtbank zich uitsprak, ging het om een Brussels echtpaar dat gehuwd was onder een zuivere scheiding van goederen.
Beide echtgenoten schonken elkaar op dezelfde dag via bankgift een identiek geldbedrag. Aan die schenking was een niet-optioneel recht van terugkeer gekoppeld.
Dat betekent het volgende:
-
overlijdt de begiftigde eerst,
-
dan keert het geschonken bedrag automatisch terug naar de schenker,
-
zonder dat daar nog een beslissing voor nodig is.
Na het overlijden van de echtgenote nam de langstlevende echtgenoot dit bedrag op als passief in de aangifte van nalatenschap.
De fiscus weigerde dat te aanvaarden en voerde drie argumenten aan:
-
dit waren volgens hem geen echte schenkingen, maar in feite een ruil
-
de schuld was volgens hem niet voldoende bewezen
-
de hele constructie zou fiscaal misbruik zijn
Wat zei de rechtbank over dit dossier?
De rechtbank heeft de fiscus op alle drie de punten teruggefloten.
1. Dit waren wel degelijk echte schenkingen
De rechtbank bevestigde dat je elke schenking afzonderlijk moet beoordelen.
Voor een geldige schenking moeten drie elementen aanwezig zijn:
-
de schenker moet iets afstaan
-
de begiftigde moet daardoor verrijkt worden
-
er moet een duidelijke bedoeling zijn om te schenken
Volgens de rechtbank was aan al die voorwaarden voldaan.
Het feit dat beide echtgenoten elkaar tegelijk iets schenken, maakt de schenkingen nog niet ongeldig. De rechtbank volgde dus niet de redenering dat dit economisch “neutraal” zou zijn.
Met andere woorden: wederkerigheid betekent niet automatisch dat het geen schenking meer is.
2. De schuld was voldoende bewezen
Om een schuld als passief in een nalatenschap te mogen opnemen, moet die wel echt en aantoonbaar zijn.
Dat bewijs was er volgens de rechtbank wél, en wel op twee manieren:
-
via bankuittreksels die de effectieve overschrijving bewezen
-
via de pacte adjoint waarin het recht van terugkeer correct was opgenomen
Omdat dat recht van terugkeer niet-optioneel was, werkte het automatisch. Juridisch gezien wordt het geschonken bedrag dan geacht het vermogen van de schenker nooit definitief te hebben verlaten.
In deze zaak was het geschonken geld intussen ook gebruikt om een effectenportefeuille op te bouwen. Dankzij het principe van zaakvervanging werkte het recht van terugkeer ook door op die portefeuille.
Dus: het passief mocht wel degelijk worden aanvaard.
3. Er was geen fiscaal misbruik
Ook dat argument haalde het niet. De rechtbank stelde dat de fiscus niet concreet kon aantonen welke wettelijke bepaling hier bewust werd omzeild of gefrustreerd.
Een algemene verwijzing naar de successiewet volstond niet. Wie fiscaal misbruik inroept, moet veel preciezer aantonen wat er precies misloopt.
Dat gebeurde hier niet.
Gevolg: de te veel betaalde successierechten en nalatigheidsinteresten moesten worden terugbetaald aan de langstlevende echtgenoot.
Wat betekent dit in de praktijk?
Deze uitspraak is belangrijk omdat ze bevestigt wat veel specialisten al langer zeggen: een wederzijdse schenking tussen echtgenoten is niet automatisch verdacht, en ook niet automatisch fiscaal misbruik.
Als de techniek juridisch correct is uitgewerkt, blijft ze perfect verdedigbaar.
Dat is goed nieuws voor koppels die onder een scheiding van goederen gehuwd zijn en hun successieplanning zorgvuldig willen organiseren naar elkaar.
Maar let op: er blijven aandachtspunten
Deze uitspraak betekent niet dat alles plots risicoloos is. Vooreerst is het een vonnis van slechts één lagere rechtbank. Er zijn bovendien nog altijd een paar belangrijke voorwaarden.
Enkel eigen goederen komen in aanmerking
Deze techniek werkt enkel voor goederen die echt persoonlijk eigendom zijn van een van beide partners.
Dat maakt ze vooral relevant voor:
-
koppels met een scheiding van goederen
-
of koppels met een gemeenschapsstelsel, maar alleen voor hun eigen goederen
Is het recht van terugkeer niet-optioneel bedongen, dan werkt het automatisch. Is het optioneel, dan kan de schenker bij het overlijden van de begiftigde kiezen om zich al dan niet te beroepen op de terugkeer.
Daar zit dus een belangrijk juridisch verschil.
Combinaties met andere technieken blijven gevoelig
Sommige constructies blijven risicovoller, bijvoorbeeld wanneer eerst goederen uit de huwelijksgemeenschap worden gehaald en daarna wederzijds worden geschonken.
In zulke gevallen kunnen Vlabel of de federale belastingadministratie nog altijd proberen om fiscaal misbruik in te roepen.
Vlaanderen blijft een aandachtspunt
Dit vonnis gaat over het Brusselse successierecht.
In de Vlaamse erfbelasting gelden gelijkaardige fiscale principes, maar is de federale belastingadministratie en de Rechtbank niet bevoegd. Ook al is de juridische redenering gelijkaardig, de kans op discussie met de Vlaamse belastingdienst blijft reëel.
Wat onthoudt u best?
Wederzijdse schenkingen tussen echtgenoten zijn geen exotische spitstechnologie. Ze kunnen, mits correct opgezet, een zinvolle rol spelen in een successieplan.
Maar zoals vaak in vermogensplanning zit het verschil in de details:
-
Welk huwelijksstelsel heeft u?
-
Over welke goederen gaat het?
-
Hoe wordt het recht van terugkeer geformuleerd?
-
En hoe groot is het risico op discussie met de fiscus?
Precies daarom is voorzichtigheid hier geen luxe.
Deze uitspraak geeft ademruimte, maar geen vrijgeleide.
Wie een wederzijdse schenking overweegt, doet er goed aan om niet alleen naar het fiscale voordeel te kijken, maar naar het volledige juridische plaatje. Soms is deze techniek passend. Soms is een alternatief sterker, eenvoudiger of veiliger.
Een goede beslissing begint dus niet bij de techniek zelf, maar bij de vraag of ze echt past binnen uw ruimer vermogens- en successieplan.
Auteur
Sven Hubrecht (LinkedIn) is advocaat en heeft meer dan 20 jaar ervaring op zak inzake familiale vermogensplanning.
Meer lezen?
Ontdek meer van onze nieuwsartikels omtrent successieplanning.
Blijf goed op de hoogte van de actualiteit over financiële planning. Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.
Neem deel aan onze infosessies
De Strategica-experten verwelkomen u graag op een gratis infosessie in uw buurt over de verschillende domeinen van financiële planning.
Niet gevonden wat u zocht?
Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek in om uw persoonlijke situatie te bespreken.