Strengere regels voor de bezoldiging van bedrijfsleiders: fiscale wijziging
Wat zijn voordelen van alle aard?
Dat zijn voordelen die u via uw vennootschap krijgt en die fiscaal als inkomen worden beschouwd. Denk bijvoorbeeld aan het privégebruik van een bedrijfswagen, gratis of goedkope huisvesting of bepaalde leningen.
Bedraagt het aandeel van deze forfaitair gewaardeerde voordelen meer dan 20% van de totaal aan bedrijfsleiders toegekende bezoldigingen, dan wordt enkel het gedeelte boven die 20% als bovenmatig beschouwd.
Voor kleine vennootschappen kan dat gevolgen hebben. Zij kunnen daardoor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting van 20% op de eerste € 100.000 winst verliezen.
Ook de vereiste minimumbezoldiging verandert. Vandaag moet een kleine vennootschap in principe minstens € 45.000 bezoldiging toekennen aan minstens één bedrijfsleider om van het verlaagde tarief te kunnen genieten. Deze vereiste geldt pas vanaf het vijfde belastbaar tijdperk na de oprichting van de vennootschap.
Vanaf aanslagjaar 2027 wordt dat bedrag geïndexeerd. De vereiste minimumbezoldiging zal aldus voor aanslagjaar € 51.000 bedragen.
De wet voorziet ook een afzonderlijke aanslag van 7,5% op het bovenmatig deel van de voordelen van alle aard (voor vennootschappen betreft die aanslag het bovenmatig deel van de voordelen toegekend aan werknemers; bij bedrijfsleiders is het gevolg het verlies van het verlaagde tarief).
Wat betekent dit voor u?
Het wordt nog belangrijker om niet alleen te kijken naar hoeveel bezoldiging u uit uw vennootschap haalt, maar ook naar de manier waarop die bezoldiging is samengesteld. De verhouding tussen loon en voordelen kan fiscaal een verschil maken.
Auteur
Gaëlle maakt deel uit van het fiscaal en juridisch team binnen Strategica. Na haar bachelor Accountancy – Fiscaliteit behaalde ze een postgraduaat Fiscaal Recht & Fiscale Praktijk. Zij neemt als fiscaal adviseur het fiscale luik van de dossiers op zich.