Wijzigingen VVPRbis en liquidatiereserve: evalueer uw vermogensplan
De programmawet van juli 2025 houdt belangrijke wijzigingen in voor wie via liquidatiereserves of het VVPRbis-stelsel op een fiscaalvriendelijke manier geld uit zijn vennootschap wil halen. Beide gunstregimes blijven bestaan, maar worden vanaf 2026 op elkaar afgestemd. En dat kan een effect hebben op uw vermogensplan als u deze nieuwe wetgeving niet correct implementeert.
In dit artikel licht ik de wijzigingen van beide gunstregimes helder toe. Voor een algemeen overzicht van alle relevante wetswijzigingen voor uw persoonlijk financieel plan, verwijs ik naar deze bijdrage van collega-expert Liese.
|
In het kort:
|
Wat is gewijzigd voor liquidatiereserves?
Vennootschappen die kwalificeren als KMO kunnen vandaag liquidatiereserves aanleggen op hun winst na belasting. Bij aanleg ervan betaalt de vennootschap een anticipatieve heffing van 10%, ten laste van de vennootschap zelf. Wanneer de liquidatiereserve vervolgens pas na een wachttijd van vijf jaar wordt uitgekeerd, is het dividend onderworpen aan een verlaagde roerende voorheffing van 5%. In geval van een uitkering bij ontbinding van de vennootschap is de uitkering zelfs volledig vrijgesteld van roerende voorheffing.
Deze gunstige regeling blijft in essentie behouden, maar wordt door de nieuwe programmawet op enkele belangrijke punten gewijzigd voor liquidatiereserves die vanaf 1 januari 2026 worden aangelegd. De anticipatieve heffing van 10% wordt behouden, maar de wachttijd wordt verkort van vijf naar drie jaar. Bij een uitkering na deze kortere wachttijd bedraagt de roerende voorheffing voortaan 6,5% in plaats van 5%. Net zoals onder het bestaande regime blijft een uitkering bij ontbinding volledig vrij van roerende voorheffing.
Opvallend is ook de invoering van een keuzeregeling voor bestaande liquidatiereserves die worden aangelegd vóór 1 januari 2026. Voor deze reserves kunnen vennootschappen ervoor opteren om niet langer vijf jaar te wachten op het 5%-tarief, maar al na drie jaar uit te keren aan het nieuwe 6,5%-tarief. Wel blijft het belangrijk om rekening te houden met het zogenaamde FIFO-principe (= first in, first out): bij een uitkering wordt steeds geacht dat de oudste liquidatiereserves eerst worden uitgekeerd. Dit kan een impact hebben op het effectief toepasbare tarief bij meerdere opeenvolgende aanlegjaren.
Onderstaande tabel toont per aanlegjaar van de liquidatiereserve vanaf welke datum welk tarief van roerende voorheffing van toepassing is bij een uitkering.
| JAAREINDE AANLEGJAAR | 30% RV | 20% RV | 6,5% RV | 5% RV |
| 31/12/2020 | N.v.t. | 28/07/2025 | Vanaf 29/07/2025 | Vanaf 01/01/2026 |
| 31/12/2021 | N.v.t. | 28/07/2025 | Vanaf 29/07/2025 | Vanaf 01/01/2027 |
| 31/12/2022 | N.v.t. | 31/12/2025 | Vanaf 01/01/2026 | Vanaf 01/01/2028 |
| 31/12/2023 | N.v.t. | 31/12/2026 | Vanaf 01/01/2027 | Vanaf 01/01/2029 |
| 31/12/2024 | N.v.t. | 31/12/2027 | Vanaf 01/01/2028 | Vanaf 01/01/2030 |
| 31/12/2025 | N.v.t. | 31/12/2028 | Vanaf 01/01/2029 | Vanaf 01/01/2031 |
| 31/12/2026 | T.e.m. 31/12/2029 | N.v.t. | Vanaf 01/01/2030 | N.v.t. |
2. Hoe is het VVPRbis-regime gewijzigd door de programmawet van juli 2025?
Het VVPRbis-regime biedt vennootschappen die kwalificeren als KMO een gunstigere roerende voorheffing op dividenduitkeringen, op voorwaarde dat die volgen op een inbreng in geld n.a.v. een oprichting of kapitaalverhoging vanaf 1 juli 2013. Vandaag kunnen dividenden die voortvloeien uit die aandelen, onder bepaalde voorwaarden, worden uitgekeerd tegen verlaagde tarieven:
-
30% voor dividenden m.b.t. de winst van het eerste boekjaar volgend op dat van de inbreng;
-
20% voor dividenden uit de winstverdeling voor het tweede boekjaar volgend op dat van de inbreng;
-
15% voor dividenden uit de winstverdeling vanaf het derde boekjaar volgend op dat van de inbreng.
De programmawet van juli 2025 voert echter een belangrijke wijziging door. Voor inbrengen die plaatsvinden vanaf 1 januari 2026 verdwijnt het tussenliggende tarief van 20%. Voortaan geldt bij een latere inbreng enkel nog het standaardtarief van 30% voor dividenden uit de eerste twee boekjaren na de inbreng. Vanaf het derde boekjaar zal u nog steeds gebruik kunnen maken van het verlaagde tarief van 15%. Het VVPRbis-regime wordt daarmee eenvoudiger, maar tegelijk minder voordelig tijdens de eerste jaren na de inbreng.
De andere voorwaarden van het VVPRbis-stelsel blijven ongewijzigd:
-
Het moet nog steeds gaan om aandelen op naam, die voortkomen uit een geldinbreng bij oprichting of kapitaalverhoging.
-
De aandelen moeten bovendien volledig volgestort zijn op het moment van de uitkering.
-
De aandelen mogen geen voorkeurrechten meebrengen op het vlak van winst of vereffening.
-
De aandelen moeten ononderbroken in volle eigendom zijn gehouden sinds de inbreng.
-
De vennootschap moet kwalificeren als KMO op het ogenblik van de inbreng.
De antimisbruikbepaling blijft eveneens behouden. Een geldinbreng die voortkomt uit een liquidatiereserve, belast aan het verlaagde tarief van 5% of 6,5%, of uit een kapitaalvermindering bij een verbonden vennootschap, komt niet in aanmerking voor het VVPRbis-regime. In dergelijke gevallen is het verlaagde tarief uitgesloten en is altijd het standaardtarief van 30% van toepassing, ongeacht het tijdsverloop.
Blijf financieel en fiscaal gerust
De nieuwe spelregels voor liquidatiereserves en het VVPRbis-regime benadrukken eens te meer hoe belangrijk het is om fiscale en financiële beslissingen met kennis van zaken te nemen. Deze wijzigingen kunnen een wezenlijke impact hebben op uw vermogen. Heeft u een vennootschap? Dan is dit een uitgelezen moment om uw persoonlijk financieel plan onder de loep te nemen. Laat u daarbij deskundig begeleiden. De experten van Strategica bestuderen de nieuwe regelgeving tot in het detail om die optimaal in te zetten voor uw persoonlijke situatie. Zo voorkomt u onaangename verrassingen en maakt u de juiste keuzes voor uw toekomst en die van uw dierbaren.
Gaëlle maakt deel uit van het fiscaal en juridisch team binnen Strategica. Na haar bachelor Accountancy – Fiscaliteit behaalde ze een postgraduaat Fiscaal Recht & Fiscale Praktijk. Zij neemt als fiscaal adviseur het fiscale luik van de dossiers op zich.
Blijf geïnformeerd
Blijf op de hoogte van de actualiteit over financiële planning. Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.
Ontdek meer van onze nieuwsartikels omtrent vermogensplanning.
Neem deel aan onze infosessies
De Strategica-experten komen regelmatig aan het woord tijdens onze gratis infosessies over de verschillende domeinen van financiële planning. Schrijf in en krijg meteen advies op maat.